Skip to content

Artistieke en inhoudelijke uitgangspunten

Artistieke en inhoudelijke uitgangspunten

In een schilderij is voortdurend een wedijver aan de gang tussen datgene wat men te zien krijgt en dat wat onzichtbaar aanwezig is. Uiteraard is dit geen exclusieve eigenschap van schilderkunst, maar kenmerkt dit evengoed het dagelijks leven op zich. Ik beroep me dan ook primair op dergelijke situaties als inspiratiebron voor het werk dat ik maak. Uit het aanbod van omstandigheden die het leven me voorschotelt, grijp ik bij voorkeur naar situaties waarbinnen persoonlijkheidskenmerken van een individu onzichtbaar worden of uit het gezichtsveld wegebben. Dit vanwege hun aanwezigheid binnen een groep enerzijds, of door hun aanwezigheid in een omgeving anderzijds. Ik verbeeld het individu in relatie tot een context die, hoe summier deze in de meeste gevallen ook gevisualiseerd wordt, beeldbepalend is.

Ik maak gebruik van fenomenen als: projectie, transparantie, overschaduwing en verblinding. Die begrippen zet ik in als middel waarmee een afgebeelde overmeesterd wordt. Het zijn mijn instrumenten. Ze legitimeren de  belemmering van een te gedetailleerde weergave, die een identiteit al te zeer prijs zou geven. Binnen dat spel van wat al dan niet zichtbaar wordt in het schilderij, onderzoek ik verhoudingen tussen zichtbare en schijnbare, gestelde en veronderstelde aanwezigheid van sfeer en emotie in alledaagse situaties.

Termen die thema’s uitdrukken waar ik mee werk, gebruik ik in hun meest letterlijke betekenis. Zo is bijvoorbeeld het begrip: ‘veronderstelling’ de laatste jaren van belang in de zin dat iets zich als een onderliggende laag ten opzichte van andere aspecten binnen een werk manifesteert. Concreet betekend dit dat ik geschetste fragmenten op transparant materiaal tekenen en vervolgens door middel van variaties in stapeling en verschuiving van de transparanten onderling, zoek naar een interessant spanningsveld tussen de beeldfragmenten. Beeldfracties worden bijgevolg letterlijk onder andere beeldelementen geschoven. Het ene beeld dekt het andere beeld gedeeltelijk toe en zodoende werken de verschillende beelden qua betekenis op elkaar in.

Een ander uitgangspunt binnen mijn werk is het bewust achterwege laten van dieptesuggestie. Door geen  duidelijkheid te creëren aangaande wat er zich op de voor- of achtergrond afspeelt, leg ik de toeschouwer min of meer een gestalt voor; een “totaalbeeld”, waarbij het geheel méér is dan de som van de samenstellende delen. Ik confronteer de toeschouwer bewust niet met een niet vooropgesteld voor- en achterplan, maar biedt een beeld aan waarbij men zelf, vanwege eigen associaties, voelen en denken,  beeldelementen naar de voorgrond haalt of omgekeerd.

Tenslotte realiseer ik sinds de laatste 2 jaar ook site specific werk. Ik ben in de gelegenheid gesteld om een paar projecten tot stand te brengen in directe relatie tot een architecturale context. Dit heeft tot nu toe geresulteerd in een tweetal plaatsgebonden installaties.  Zowel ‘The Silence Factory’2009 als ‘Appearance’ 2010 zijn werken die ten dienste staan van een specifieke omgeving en een specifiek groep mensen. In deze werken primeert niet de afgebeelde mens, maar zoek ik naar een associatief beeld dat aansluit bij de specifieke groep mensen waar de architecturale drager zich ten dienste van stelt. Met name deze nieuwe uitgangspunten wil ik gedurende de komende jaren verder onderzoeken en uitbouwen.

2010 EJ